Littekenweefseltherapie (brandwonden)

Littekenweefseltherapie (brandwonden)


Na het ontslag uit het hospitaal komt het genezingsproces van brandwonden en littekens pas echt op gang. Kinesitherapie speelt een centrale rol in de nazorg.


Mobilisatie


Indien een litteken over een gewricht loopt, kunnen er door de spanningen op het litteken bewegingsbeperkingen ontstaan, die in ernstige gevallen zelfs echte misvormingen teweeg brengen. Daarom is het noodzakelijk dat de kinesitherapeut vanaf de dag na de operatie de beweeglijkheid onderhoudt door middel van posturale rekkingen. Dit moet volgehouden worden zolang het litteken blijft veranderen. Het is ook belangrijk om een patiënt terug voor te bereiden op zijn terugkeer in het sociale en het beroepsleven. Hiertoe gaat men de patiënt reactiveren met actieve oefentherapie.


Kineplastie


Het uitzicht van het litteken wordt bepaald door de dikte (hypertrofie) en de spanningen op het litteken (retractie – attractie). Beide componenten kunnen fel verbeterd worden door manuele defibrosering of kineplastie; een recente techniek die door amper een vijftigtal kinesitherapeuten in België gekend is. Deze technieken, met de hand uitgevoerd, worden toegepast vanaf 3 weken na operatie tot aan de volledige genezing van het litteken.


Vacuo-therapie


Littekens die ouder zijn dan 6 maanden kunnen soms nog zeer dik zijn of fel rood kleuren. Bij zulke littekens volstaat de manuele behandeling soms niet meer. Dan kan er mechanische defibrosering of vacuo-depressotherapie toegepast worden. Hiervoor wordt er gebruik gemaakt van de PRUS; een innovatie in de medische wetenschap. Hierbij wordt de huid met negatieve druk aangezogen en alzo sterk gemobiliseerd.

Dit toestel is voorlopig nog niet aanwezig in de praktijk.